
In feite is een ieder bevoegd om overlijden vast te stellen. Echter kan alleen een arts een formele 'verklaring van overlijden' afgeven.
Na zijn of haar overlijden moet iemand altijd worden onderzocht door een arts. Gewoonlijk is dat de huisarts of een behandelende of waarnemende arts in een ziekenhuis. Als deze arts meent dat sprake is van een natuurlijke dood, geeft hij een ‘verklaring van overlijden’ af.
Aan de hand van de verklaring van overlijden kunnen nabestaanden, of een uitvaartverzorger namens hen, bij de gemeente een verlof tot begraven of cremeren aanvragen. Zonder een dergelijk verlof mag een houder van een begraafplaats of van een crematorium geen overledenen accepteren.
In de praktijk wordt vooral gekeken naar ademhaling en hartslag. Als ademhaling of hartslag niet meer plaatsvindt treedt na vijf minuten de hersendood in. Meestal is het de behandelende arts die het overlijden vaststelt.